- 17 feb 2021
- 2 minuten om te lezen
Leuk zal het nooit worden. Er gaat altijd wel iets mis, ik hoor hun niet, zij horen mij niet, alles hangt vast, de gedeelde powerpoint is maar half zichtbaar en niemand zegt iets over het feit dat we het pijltje al een kwartier niet meer kunnen zien. Aan de andere kant heeft het iets rustgevend. Op mijn stoel aan mijn bureau moet ik niet continu tegen honderd kilometer per uur prikkels ontvangen. Want de enige die in dit lokaal zit, ben ik. Maar toch vind ik dat de studenten door sommigen onderschat worden. Ja, studenten hebben veel tijd omdat ze altijd thuiszitten. Maar dat is dan ook het enige dat ze doen hé, thuiszitten. Alle dagen zien er volledig hetzelfde uit. En ja, wandelen doen we ook. Maar zeg nu eerlijk, dat is niet voor álles de oplossing.
Thuis les volgen om vervolgens thuis te moeten studeren om daarna thuis examens te moeten maken, om dan een lesvrije week te hebben, waarin niks anders te doen valt dan wandelen. Wandelen, wandelen, wandelen. Kutwoord. Wel leuk om te doen. Er is geen licht aan het einde van de tunnel. Of zo lijkt het toch. En ik zeg bewust “de” tunnel en niet “onze”, omdat het geen wedstrijd is. Iedereen ziet af van deze periodes. Op zijn eigen manier. Vergelijken heeft geen zin en is ook totaal onnodig.
Maar op een dag, of dat nu snel is of nog heel ver weg, zullen we weer samen kunnen wandelen. En niet wandelen als in, het kutwoord. Maar wandelen als in, naar de ingang van een feestje, de ingang van een café, de treindeuren om naar Koksijde te gaan, naar bomma en bompa. Wandelen als in samen een eindstation hebben. Een eindstation waar geluk in vervat zit.
Maar eerst, lieve medestudenten, moeten we nog enkele tussenstops maken.